Vakantiegeld blijft ieder jaar een onderwerp waar veel vragen over komen. Logisch ook, want het raakt direct de portemonnee van medewerkers én de administratie van werkgevers. In 2026 verandert er op hoofdlijnen weinig, maar voor uitzendkrachten verandert er in de praktijk wel degelijk iets.
Wat speelt er in de praktijk?
Het wettelijke minimum van 8% blijft hetzelfde. Ook de regels voor opbouw en uitbetaling veranderen niet. Vakantiegeld wordt nog steeds belast via het bijzondere tarief en het netto bedrag kan iets verschillen door belastingaanpassingen en loonstijgingen.
De echte verandering zit in hoe de regels worden toegepast. En vooral in hoe arbeidsvoorwaarden onderling worden vergeleken.
Hoe wij dit bij Strikt zien
Voor uitzendkrachten is 2026 een belangrijk kantelpunt. Tot en met 2025 was het duidelijk: het vakantiegeld voor uitzendkrachten bedroeg 8,33%, stond vast in de uitzend-cao en was voor iedere opdracht hetzelfde.
Vanaf 2026 wordt dat anders. Door de invoering van gelijkwaardige beloning moet een uitzendkracht op belangrijke arbeidsvoorwaarden gelijk behandeld worden als iemand die rechtstreeks in dienst is bij de opdrachtgever. Daar valt vakantiegeld ook onder.
Dat betekent dat het vakantiegeldpercentage vanaf 2026 de cao van de opdrachtgever volgt. En dus kan verschillen per opdracht. Het vaste percentage van 8,33% verdwijnt daarmee als standaard.
Wat betekent dit concreet voor jou?
Werk je bij opdrachtgever A, dan geldt het percentage uit cao A. Werk je bij opdrachtgever B, dan geldt het percentage uit cao B.
Om de overgang werkbaar te maken, geldt er een tijdelijke regeling. Uitzendkrachten die vóór 1 januari 2026 al werkten bij een opdrachtgever, mogen er in de eerste zes maanden van 2026 niet op achteruitgaan in hun beloning ten opzichte van 2025.
In de praktijk betekent dit: blijft het loon gelijk, dan blijft ook het vakantiegeld van 8,33% van toepassing. Stijgt het loon of komen er extra arbeidsvoorwaarden bij, zoals meer vrije dagen, dan kan een lager vakantiegeldpercentage worden gecompenseerd. Na die overgangsperiode geldt voor iedereen het vakantiegeldpercentage uit de cao van de opdrachtgever.
Wat is vakantiegeld ook alweer?
Vakantiegeld is een extra bedrag bovenop het salaris. Medewerkers bouwen dit op over hun loon en krijgen het meestal één keer per jaar uitbetaald.
In de basis geldt:
- minimaal 8% van het brutoloon;
- opbouw over het hele jaar;
- uitbetaling meestal in mei of juni.
Wel kunnen er in cao’s afwijkingen staan.
Waarom voelt vakantiegeld vaak zwaarder belast?
Vakantiegeld valt onder het bijzondere tarief. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld bonussen en overwerk. Daardoor lijkt het alsof er meer belasting wordt ingehouden dan bij normaal loon.
Het exacte percentage verschilt per persoon en hangt af van het totale inkomen en de heffingskortingen. Daarom kan het netto vakantiegeld per medewerker anders uitpakken.
Tot slot
Op papier lijkt er misschien niet zo veel te veranderen. Maar voor uitzendkrachten en werkgevers zit het verschil juist in de praktijk. En daar moet je scherp op zijn.
Vooral in 2026 is het belangrijk om goed te kijken naar de cao van de opdrachtgever, de overgangsregeling en de totale arbeidsvoorwaarden. Niet ingewikkelder maken dan nodig, maar wel goed regelen. Want uiteindelijk moet gewoon duidelijk zijn waar iemand recht op heeft.
Mocht je vragen hebben over vakantiegeld of over de regels in 2026, dan mag je ons altijd bellen of mailen. We kijken graag even met je mee, zodat je weet waar je aan toe bent.
tekst: Harmien Kwakman





